Welkom in België

Een gemengd koppel, hij Duitser en zij Ivoriaanse, verhuizen in februari van dit jaar van Parijs naar Brussel. Ze zijn vier jaar getrouwd. Normaal mag dat geen probleem opleveren, maar na zes maanden zijn de documenten van de vrouw nog niet in orde. Kafka in Brussel? Of is er meer aan de hand?

De man

De Europese wetgeving bepaalt dat dit koppel zich overal in Europa mag vestigen en daar mag werken. In Frankrijk was de inschrijving in de gemeente na hooguit een maand in orde. In België ging het er heel anders aan toe.

In de Brusselse gemeente Sint-Gillis heeft de dienst voor vreemdelingen twee verschillende kantoren: eentje voor Europeanen en eentje voor mensen van buiten de Europese Unie. In het kantoor voor de EU-onderdanen zit je rechtover de ambtenaar en kan je op de computer de inschrijving volgen. De inschrijving van de man is eind februari rond.

De vrouw

Aan het kantoor voor niet-EU-burgers gaat het er heel anders aan toe. Daar staat op de deur ‘Heeft u geen ticket? Gelieve dan niet binnen te komen.’ Hoe dat ticket bemachtigen? Dat staat er niet op. Wat blijkt: voor de openingsuren van het kantoor, tussen 7.30 u en 8.30 u noteren twee agenten in de gang de namen van de aanwezigen en bezorgen ze hen een ticket. Die hebben verschillende kleuren, maar een uitleg daarover krijg je niet. Evenmin over de documenten die je moet meebrengen.

De ambtenaar zit hier wel achter een glazen wand en na uren wachten noteert die alleen de vraag voor een afspraak. De datum van die afspraak krijg je maar nadat de wijkagent bij je thuis is langs geweest.

Niet mogen werken en het land niet verlaten

De wijkagent is nooit bij het koppel komen aanbellen. Na zes weken neemt het koppel contact op met het politiecommissariaat dat de gemeente geen vraag daarvoor heeft overgemaakt. Meer nog, de gemeente heeft het huwelijk niet geregistreerd omdat ze vindt dat de huwelijksakte te oud is.

Begin mei, nadat de man een kopie uit 2010 heeft ingediend op het kantoor van de Europeanen en nadat ze daarna nog een uur wachtten aan het kantoor van de niet-EU-burgers, krijgt de vrouw een afspraak voor het indienen van haar aanvraag voor inschrijving in de gemeente, half juni. Maar na die afspraak begin de procedure pas. Het echtpaar zal nog tot 16 november moeten wachten op de beslissing van de dienst Vreemdelingenzaken.

In afwachting krijgt mevrouw van de gemeente een kleine oranje kaart waarop haar pasfoto is geniet. Het is een voorlopig document waarmee je niet naar het buitenland kan en dat niet geldt als identiteitsbewijs. Mevrouw kan ook nog niet werken, heeft ze geen ziekteverzekering en kan ze evenmin de gewone administratieve zaken regelen, zelfs geen abonnement voor het openbaar vervoer.

Wat nu?

Het echtpaar blijft niet bij de pakken zitten en richt zich tot allerlei instanties. Als reactie daarop beloofde de gemeente om de behandeling van het dossier te versnellen. Hopelijk zal de gemeente haar belofte houden.

Zowel meneer als mevrouw zijn juristen en spreken twee landstalen. Daarom konden ze snel en adequaat reageren. Maar wat met de andere niet-EU-burgers?