Reacties op het debat binnen de commissie Naturalisaties over de herziening van het intern reglement

1.      Rechtszekerheid versus voorstel om de criteria te verstrengen
 
1.       De commissie heeft beslist om meer dan 10.000 dossiers te behandelen op basis van nieuwe criteria. Dit is ongezien in de werkzaamheden van de commissie Naturalisaties.
In een rechtsstaat is het logisch dat de aanvraag behandeld wordt volgens de wetgeving en de regels die gelden op het moment van de aanvraag. Tot nu toe werden de dossiers altijd behandeld volgens de wetgeving die geldig was bij de indiening van de aanvraag, zelfs als de wet ondertussen gewijzigd was. Nooit is de commissie Naturalisaties tot een dergelijk retroactief optreden overgegaan.
 
2.       De wetswijziging van 2000 wou onder meer zorgen voor een objectievere en transparantere toekenning van de naturalisatie. Bij de formulering van haar intern reglement is de commissie Naturalisaties al buiten de wettelijke bepalingen gegaan:
  • de commissie eist 3 jaar wettelijke verblijf volledig gedekt met een verblijf van onbepaalde duur terwijl de wet slechts een wettelijk verblijf vraagt waarbij dus tijdelijke verblijfsvergunningen ook meetellen
  • onderzoek naar de taalkennis wat in de praktijk steeds meer de vorm aanneemt van een integratieonderzoek (zie)
  • de weigering op basis van ‘vermoedens van schijnhuwelijk’ en niet op basis van feiten of veroordelingen zoals voorzien in ‘gewichtige persoonlijke feiten’
3.       Van de aanvragers eist men een absoluut respect voor de wet, terwijl men met de voorgestelde wijziging een basisregel van de rechtsstaat met de voeten treedt. Bij de aanvragers versterkt dit de indruk van willekeur, terwijl in een rechtsstaat net meer transparantie wenselijk is.
 
4.       Het debat over de wijziging van criteria voor de naturalisatie hoort thuis in de commissie Justitie in het kader van een eventuele wetswijziging. Van zodra de wet gewijzigd is, kunnen die criteria toegepast worden op de aanvragen die erna ingediend worden.
  
2.      Blanco strafregister en persoonlijke gewichtige feiten
 
1.       In de praktijk stellen we vast dat het ‘gewichtige’ van de feiten steeds ruimer geïnterpreteerd wordt: verkeersboetes, dossiers in onderzoek, dossiers zonder gevolg, een opschorting van de uitspraak (wat geen veroordeling is!) worden in rekening gebracht. Ook vroegere veroordelingen waarvoor eerherstel verkregen is, blijven meetellen.
 
2.       Veroordelingen voor de politierechtbank gaan over het algemeen automatisch van het strafblad. Men kan die niet blijven in rekening brengen, ook niet bij een aanvraag tot naturalisatie.
 
3.       De procedure van het eerherstel (die maar één keer in de tien jaar kan gebeuren) is net voorzien om te vermijden dat een veroordeling waarvoor de betrokkene de straf heeft uitgezeten en de boetes betaald heeft, de re-integratie van de betrokkene in de samenleving in de weg zou staan, o.m. op het vlak van tewerkstelling. Door de naturalisatie te weigeren op basis van feiten vóór het eerherstel gaat men in tegen de doelstelling van deze procedure van eerherstel.
 
4.       Men kan niet tegelijk van de aanvrager de wil tot integratie eisen en anderzijds voor dezelfde aanvrager levenslang de weg tot sociale integratie via de nationaliteitsverwerving afsluiten. [Voorbeeld: iemand die bij de VDAB een cursus vrachtwagenchauffeur gevolgd heeft (knelpuntberoep) zal niet of moeilijk aan werk geraken bij een internationale transporteur als hij niet over de Belgische nationaliteit beschikt]
 
5.       Met een dergelijke praktijk wordt de nationaliteitsverwerving eerder een middel van uitsluiting dan een hefboom tot integratie.
 
3.      Test van de integratiewil
 
1.       Het is niet toevallig dat het onderzoek naar de integratiewil geschrapt is in de wetswijziging van 2000. Dit onderzoek werd dikwijls en terecht ervaren als een inbreuk op het privéleven van de aanvrager. En het gaf vooral aanleiding tot heel wat willekeur.
 
2.       In Brussel zien we momenteel dat aanvragers van de naturalisatie onderworpen zijn aan een integratieonderzoek (zie). De vragen gaan over de culturele integratie, sociale integratie, familiale leven, economische integratie (werk), politieke integratie (kennis politieke partijen, politieke actualiteit, …). De wijkagent brengt een bezoek in de woning (niet alleen om vast te stellen of de persoon er werkelijk woont, maar ook hoe)
 
3.       Dit onderzoek naar de integratiewil verloopt via de politie (wijkagent) wat niet alleen aanleiding geeft tot verschillende interpretaties en dus willekeur, maar het vormt bovendien een extra belasting (minstens 1 dag werk per aanvraag) voor de politie. Zelfs indien men rekening houdt met een inburgeringsattest, zal dit alleen gelden voor nieuwkomers.
 
4.       Alle internationale studies tonen unaniem aan dat de invoering van een integratietest en een taaltest in onze buurlanden, aanleiding geeft tot een sociale selectie. Wie onderaan de sociale ladder staat, vat het eerst uit de boot. (zie ook)
 
5.       Iedereen is het er over eens dat de kennis van de taal een belangrijk middel is voor sociaal contact en voor de tewerkstelling. Zoals het nu gehanteerd wordt bij de naturalisatie, wordt het een middel tot uitsluiting en sociale selectie. Dat terwijl internationale studies en de praktijk aantonen dat tewerkstelling essentieel factor is voor het aanleren van een taal. (zie)
 
6.       Aanvragers van de naturalisatie hebben een wettelijk verblijf in het land en wensen met hun aanvraag hun integratie in de samenleving te versterken. In haar laatste rapport ‘Migration Outlook 2010’ stelt de OESO vast dat genaturaliseerde migranten beter geïntegreerd zijn in de arbeidsmarkt. Daarop geeft de OESO als aanbeveling om de toegang tot de naturalisatie te vereenvoudigen en aan te moedigen.
 
 4.      Schijnhuwelijken
 
1.       Momenteel regent het weigeringen op basis van een ‘vermoeden van schijnhuwelijk’. Elke aanvrager die verblijfsrecht kreeg in België op basis van huwelijk met een Belg(ische) en waarvan het huwelijk geen twee jaar duurde, krijgt automatisch een weigering. In de praktijk stellen we vast dat zelfs periodes van meer dan twee jaar gehanteerd worden.
 
2.       Omdat deze weigering niet gesteund is op concrete feiten maar vermoedens, geeft dit aanleiding tot heel pijnlijke situaties. Vrouwen die de scheiding aanvroegen op basis van huiselijk geweld krijgen met zo’n weigering opnieuw een slag in het gezicht.
Meer voorbeelden op www.allrights.be.
 
3.       In 2006 is de wetgeving op het vlak van schijnhuwelijken hervormd om het parket de mogelijkheid te geven om schijnhuwelijk als een misdrijf te vervolgen. Daarna heeft het college van procureurs de circulaire van oktober 2009 uitgebracht die aan alle betrokkenen aangeeft welke controleprocedures mogelijk zijn.
De wetgeving en de circulaire zijn heel duidelijk en effectief. De commissie Naturalisaties kan daar niets extra’s toe bijdragen.
Alleen als er effectieve veroordelingen zijn of ontbindingen van het huwelijk, kan de commissie zich hierop baseren.
 
4.       We stellen voor dat de commissie Naturalisaties eerder een evaluatie maakt van het intern reglement op het vlak van het vermoeden van schijnhuwelijk. Daarbij is het nuttig de adviezen van de Dienst Vreemdelingenzaken op dit punt te evalueren. Binnen de commissie Naturalisaties was er al een voorgaande met een onderzoek naar de adviezen van de Staatsveiligheid, die niet altijd grondig gefundeerd bleken te zijn.