Rechtbank erkent eerherstel

Met een strafregister maak je weinig kans op het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. Gelukkig is er ‘eerherstel’ mogelijk, zodat je niet heel je leven de gevolgen moet dragen van die misstap. Maar bij B. liep het niet zo, want het parket bleef zich verzetten. Maar de rechter is het parket niet gevolgd. Een interessant vonnis.
 
De feiten
B. woont in België sinds 1985. In 1999 veroordeelt de rechtbank hem tot vijf jaar gevangenis.
Voor deze feiten vraagt hij eerherstel aan, wat het Hof van Beroep hem toekent in 2002.
Enkele jaren later, in januari 2008, vraagt hij de Belgische nationaliteit aan via een verklaring op de gemeente (art. 12 bis). Het parket verzet zich daartegen omwille van ‘zwaarwichtige persoonlijke feiten’. Het argument: “In het kader van het verzoek tot eerherstel, bracht het parket een negatief advies uit omdat de betrokkene niet het bewijs leverde van schadeloosstelling van de burgerlijke partij. Het gaat hier over zwaarwichtige persoonlijke feiten die een hindernis vormen voor de toekenning van de Belgische nationaliteit.”
B gaat in beroep tegen dit verzet en verschijnt voor de rechtbank van eerste aanleg in maart 2009. Daar komt de procureur met een nieuw argument: een veroordeling door de politierechtbank in december 2002 voor overtredingen in het verkeer.
 
Wat zijn ‘persoonlijke gewichtige feiten’?
Voor dit begrip bestaat er geen strikte juridische omschrijving, wat natuurlijk aanleiding geeft tot verschillende interpretaties en willekeur.
In zijn werk Traité de la nationalité en droit belge, geeft CH-L Closset volgende omschrijving: “Een strafrechtelijke veroordeling betekent niet noodzakelijk een voldoende reden voor persoonlijke gewichtige feiten. Dit begrip omvat in wezen ‘elk gedrag dat van aard is om ongunstige of gevaarlijke gevolgen te hebben en eveneens gedragingen waardoor de betrokkene uiting geeft van zijn misprijzen voor de Belgische wetten.”
Het Hof van Beroep van Brussel gaf volgende omschrijving in haar vonnis van 8 december 2006: “De ernst van een persoonlijk feit dat de verwerving van de Belgische nationaliteit in de weg staat kan beoordeeld worden op basis van de ernst van de feiten zelf, maar ook in functie van factoren als de tijd die verlopen is tussen de aanvraag en de datum van de feiten, de herhaling of het eenmalige ervan, of nog of de betrokkene de wil tot verandering laat zien.”
 
Gunstige uitkomst?
Tijdens de zitting voor de rechtbank van eerste aanleg, legt B een kopie voor van het vonnis van het Hof van Beroep dat hem eerherstel toekent, na een gunstig advies van het openbaar ministerie. Zijn advocaat pleit daarop dat de feiten uit 1999 (met eerherstel) en het verkeersfeit van 2002 niet beschouwd kunnen worden als een ernstig feit dat de toekenning van de Belgische nationaliteit in de weg staat.
Op 8 april 2009 krijgt B een positief vonnis van de rechtbank die hem de Belgische nationaliteit verleent. Maar in januari 2011 is B nog altijd niet ingeschreven als Belg. Het parket treuzelt nu al bijna twee jaar om het vonnis te betekenen, ondanks ons schriftelijk aandringen in een brief van november 2010. Zonder deze betekening van het vonnis kan de gemeente B niet inschrijven als Belg. Het parket maakt hier duidelijk misbruik van haar positie.