“Men wil blijkbaar alleen fatsoenlijke en vriendelijke vreemdelingen”

Mohamed Ouachen is een getalenteerde acteur. In zijn laatste voorstelling Rue du croissant vertolkt hij op zijn eentje meer dan 60 personages. Mohamed is geboren en getogen in Brussel, maar tot zijn 18 jaar was hij Marokkaan. Toen vroeg hij de Belgische nationaliteit aan. Een formaliteit, dacht hij, maar het draaide anders uit.
 
Wat deed je beslissen om de Belgische nationaliteit aan te vragen?
Ik ben geboren in België, maar op 18 jaar had ik nog altijd die gele kaart van ‘vreemdeling’. In die periode – ik spreek van begin jaren ’90 – circuleerde onder de Brusselse jongeren de vrees voor de dubbele straf. De schrik om uitgewezen te worden als je iets mispeuterde, ergens in Marokko terecht te komen, alleen, zonder familie. Zonder Belgische nationaliteit ben je nooit gerust.  
Toen ik hoorde dat Sarkozy ermee dreigde om de Franse nationaliteit af te nemen, dacht ik daar terug aan. Gelukkig moest hij inbinden, maar ik hoor dat in ons land ook zo’n voorstellen bestaan. Men wil blijkbaar alleen fatsoenlijke en vriendelijke vreemdelingen.
 
Je aanvraag verliep niet zo vlot
Mijn grotere broer en mijn zus hadden de stap al gezet en dus deed ik ook een aanvraag.
Ik moest een aantal documenten binnen brengen en daarna naar het politiekantoor voor de vragenlijst. Die bestond toen nog.
Op het politiekantoor zei de agent mij dat ik te laat was. Ik had de dag voordien moeten komen. Het dossier was al doorgestuurd. “Tot ziens mijnheer”, zei de agent en hij wuifde nog eens om duidelijk te maken dat ik moest vertrekken. Ik wou niet weg, ik wou mijn aanvraag doen, maar er zat niets anders op. De houding van de agent was duidelijk.
 
Wat heb je dan gedaan?
Ik heb eerst met mijn broer overlegd en dan de telefoon genomen en naar het politiekantoor gebeld. Het was in Laken, de 8e afdeling, ik zal het nooit vergeten. Ik vroeg naar de verantwoordelijke en legde hem de situatie uit. Ik maakte hem duidelijk dat ik het daar niet bij zou laten en verder gaan tot ik mijn aanvraag kon doen. Toen veranderde de situatie. Mijn papieren waren nog niet doorgestuurd en ik kon ’s anderdaags komen voor de vragenlijst.
 
Hoe verliep dat gesprek?
Het was eerder een ondervraging dan een gesprek. Voor mij zaten twee agenten, the good cop and the bad cop. Een van hen heette Vandenput, dat kan ik me nog goed herinneren. “Heb je Belgische vrienden, eet je met mes en vork, drink je alcohol, eet je varkensvlees, nee, waarom niet …” En ze probeerden me ook schrik aan te jagen: “Je zal in het leger moeten, en dan vlieg je naar Duitsland voor minstens een half jaar en je zal er alleen maar harde koeken kunnen eten … Je kan nog terug als je wil …”
Nee, ik zal wel koeken eten als het nodig is. En dus is de aanvraag vertrokken.
Het antwoord kwam vrij snel, na enkele maanden had ik al de Belgische nationaliteit.
 
Had die Belgische nationaliteit een invloed op je leven?
Het had vooral een psychologisch effect. Vanaf nu was ik een ‘Belgische burger’, hoorde ik erbij en vooral, ik had niets meer te vrezen. Op het vlak van racisme en discriminatie heeft het niet veel invloed, denk ik. Al kan ik me nog herinneren dat ze voor enkele kleine jobs die ik gedaan heb, toch eisten dat je Belg was. Dat was nochtans in de privé. Eén daarvan was een voedingsbedrijf in Zaventem, dat herinner ik me nog.
Ik heb vooral te doen met de mensen zonder papieren. Ik heb een neef die hier al 10 jaar is, maar hij krijgt geen papieren. Hij heeft nochtans werk, spreekt Frans en is ondertussen Nederlands aan het leren. Heel wat mensen zijn in die situatie, maar politici zijn blijkbaar niet gevoelig voor die menselijke realiteit. Politici komen vooral uit bourgeois kringen en die lopen niet over van menslievendheid. Vreemdelingen hinderen hen zoals een steentje in hun schoen.