Kafka op ‘t gemeentehuis

Ambtenaren die weigeren de wet toe te passen, diensten die vaders van het kastje naar de muur sturen, en gemeentebesturen die nieuwe wetten uit hun hoed toveren: de weg naar de Belgische nationaliteit loopt niet altijd over rozen. Meestal helpt de tussenkomst van vzw Objectief. Maar wat met de mensen die zich niét informeren?

Om alle misverstanden te vermijden: heel wat gemeentelijke ambtenaren zijn een toonbeeld van correctheid. Geen haar op hun hoofd dat er aan zou denken burgers met foutieve informatie wandelen te sturen. Toch botste Objectief in 2008, net als het jaar daarvoor, andermaal op een reeks ambtenaren die er een persoonlijke strijd van lijken te maken de wet te strikt of zelfs fout te interpreteren. En zo hele dossiers blokkeren. Een ‘bloemlezing’ verhalen, meestal over problemen met de nationaliteitsverklaring, die je op het gemeentehuis kan afleggen na zeven jaar verblijf in België.

De wet is veranderd, maar alleen in Anderlecht

Het voorjaar van 2008, het is feest ten huize NS. Hij heeft er een zoontje bij. Dat de baby geboren is in Marokko zou eigenlijk maar een voetnoot in dit verhaal moeten zijn. Zou, want het draait enigszins anders uit.  

N.S. is al een paar jaar Belg, maar werd net als zijn zoontje in Marokko geboren. Nu wil de man zijn baby de Belgische nationaliteit bezorgen. Wettelijk gezien kan dat door een verklaring af te leggen vóór het kind vijf jaar is geworden. N.S. is dus ruim op tijd als hij in juli 2008 naar het gemeentehuis van Anderlecht wandelt om een verklaring af te leggen bij de burgerlijke stand. Daar vertelt de ambtenaar echter dat de wet gewijzigd is en dat het niet meer mogelijk is zo’n verklaring in België af te leggen. In Marokko, daar moet hij zijn. N.S. begrijpt er niets van en springt binnen bij Objectief. Wij nemen contact op met de burgerlijke stand van Anderlecht, waar men schoorvoetend zijn fout toegeeft. N.S. opnieuw naar het stadhuis, en tweede keer goede keer.

Abidjan – Brussel - Abidjan

Hij woont al 21 jaar in ons land, en fluit al tien jaar de Brabaçonne. Of is toch al tien jaar Belg. Zij woont en werkt in Ivoorkust, waar ze in maart 2008 beviel van een dochter. Het relaas van de Ivoriaan A.B.

Hij wil er voor zorgen dat zijn pasgeboren dochter de Belgische nationaliteit krijgt, ook al zal ze voorlopig opgroeien in Ivoorkust. Hij stapt het Belgisch consulaat in Abidjan binnen, dat hem voor zijn verklaring doorverwijst naar de burgerlijke stand van zijn woonplaats in België. Dat is correct, want zo voorzien in artikel 8 van de nationaliteitswet.

Zo gezegd, zo gedaan. A.B. vliegt terug naar België, en meldt zich aan bij de burgerlijke stand van Brussel. Die hem beleefd… terugstuurt naar het Belgische consulaat in Abidjan. A.B. begrijpt er niets van. En denkt: het geld groeit niet op mijn rug, met al over-en-weergevlieg.

Ook hij doet een beroep op vzw Objectief. Ons secretariaat neemt contact op de chef van de Dienst Nationaliteit van de stad Brussel. Die houdt voet bij stuk, en weigert de nationaliteitsverklaring van A.B te aanvaarden. We wijzen hem op het artikel van de nationaliteitswet, maar dat maakt weinig indruk. De man snauwt dat hij niet verplicht is de verklaring te aanvaarden. Bovendien vindt hij het niet normaal om in België de nationaliteit aan te vragen voor een kind dat in het buitenland woont. Dat moet ginder maar gebeuren.

De wet zoals hij is? Neen, de ambtenaar past de wet hier toe zoals hij dat zelf wil. Objectief vraagt het parket van Brussel deze zaak te deblokkeren, en de toepassing van de wet te garanderen. We stelden de vraag begin juni en midden december 2008 hadden we nog altijd geen reactie. Word vervolgd.

Wachten in Vorst…

J.S. werd geboren in Marokko, maar is thuis in Vorst en wil de Belgische nationaliteit. In 2007 gaat hij naar het gemeentehuis om een nationaliteitsverklaring af te leggen. Omdat zijn vader Belg is, volstaat dat. Hij vult alle formulieren in die moeten ingevuld worden, verzamelt de nodige documenten, groet de ambtenaar aan het loket, en gaat terug naar huis. Om dan maandenlang geen teken van leven te horen. Als de verkiezingen er aan komen, wordt hij ongeduldig. Hij wil stemmen, verdorie! Groot is zijn verbazing als hij begint rond te bellen. Het parket heeft zijn dossier al weken geleden al een positief advies gegeven. Maar de gemeente meent dat hij nog twee maanden moet wachten. Vreemd, vind J.S.

Twee maanden wachten na een positief advies van het parket? We geloven niet wat we horen. De wet is duidelijk: als iemand een nationaliteitsverklaring indient en het parket geen verzet aantekent, moet de gemeente die persoon onmiddellijk inschrijven als Belg.

Het is niet normaal dat dergelijke evidente zaken problemen geven. Nu moet Objectief bij elke betwisting de procureur contacteren, die dan naar de gemeentelijke diensten moeten bellen, zoals uiteindelijk ook in de zaak van J.S. gebeurde.

… maar Kafka woont in Anderlecht

B.R. is een jonge dertiger, die in Anderlecht is geboren en er ook woont, maar de Marokkaanse nationaliteit heeft.

Op een schone dag stapt hij het gemeentehuis binnen voor een nationaliteitsverklaring. Na een paar omzwervingen is hij wel pas in 2004 opnieuw in België en Anderlecht terecht gekomen. En hij loopt met een oranje kaart op zak, want hij is ook bezig aan een procedure voor gezinshereniging. Maar voor de nationaliteitsverklaring speelt dat allemaal geen rol. Het feit dat zijn vader Belg is, bevrijdt hem van alle voorwaarden. En toch. Toch is er een ambtenaar die zegt: ‘Het spijt me, u zal moeten wachten, omdat die nationaliteitsverklaring pas na zeven jaar verblijf mogelijk is. En u woont hier pas sinds 2004.’ Met andere woorden: kom in 2011 nog maar eens terug.

B.R. klopt aan bij Objectief, waarop wij telefoneren naar het gemeentehuis. Wat volgt, is Kafka in de praktijk. Na een lange discussie over iets dat letterlijk in de wet staat, zwicht het gemeentebestuur: B.R. kan zijn nationaliteitsverklaring komen afleggen. B.R. dus opnieuw richting gemeentehuis, waar hij… hetzelfde te horen krijgt als de eerste keer. “Kom in 2011 nog eens terug.” Objectief stuurt de ambtenaar een kopie van de wet. Opnieuw njet. De volgende dagen belt Objectief met het parket, dat uiteindelijk zegt: het probleem is opgelost, B.R. kan zijn nationaliteitsverklaring gaan afleggen. Zaak gesloten denk je dan, maar het venijn zit ‘m ook hier in de staart.  

Als B.R. een derde keer naar het gemeentehuis gaat, staat de ambtenaar van dienst te zwaaien met een bevel om het land te verlaten van de Dienst Vreemdelingenzaken. Het verzoek tot gezinshereniging van B.R is afgewezen. Toeval? Alleszins vreemd. Zijn beroep tegen deze beslissing loopt nog steeds.  

Sommige mensen die onterecht wandelen worden gestuurd op het gemeentehuis, nemen contact op met Objectief, of zoeken elders hulp. Maar voor elke burger die na een fout antwoord op het gemeentehuis doorzet en advies inroept, gaat een veelvoud van mensen gewoon naar huis. Ontgoocheld, maar ook onwetend. Niet iedereen kent Objectief, en zeker niet iedereen heeft geld om een advocaat te betalen. Daarom pleit Objectief voor de automatische toekenning van de Belgische nationaliteit na drie jaar wettelijk verblijf, met de mogelijkheid tot weigering.

De willekeur van de procureur

“Mijn broer kon Belg worden. Ik niet. We zijn beoordeeld door een andere procureur. De mijne vond dat ik niet voldoende kon aantonen dat ik een band met mijn vader heb.”

Er is de gemeentelijke bureaucratie, maar er is ook de willekeur van het parket. Sinds 2007 kan een meerderjarig kind van een Belgische ouder vanuit het buitenland de Belgische nationaliteit aanvragen. Dat dat niet altijd zo evident, blijkt uit het verhaal van de Algerijn B.M. Samen met zijn eveneens volwassen broer deed hij een aanvraag vanuit Algerije. Resultaat? B.M. mocht fluiten naar de Belgische nationaliteit, zijn broer kreeg ze wel. Het argument van de procureur des Konings tegen B.M.: “er is zijn onvoldoende elementen die aanwijzen dat hij een band heeft met zijn vader”.

Een andere man deed eveneens een aanvraag vanuit het buitenland. Eerst had zijn familie raad gevraagd bij de collega’s van de dienst nationaliteit van CJD. Die informeerde bij het parket van Brussel, die dergelijke aanvragen behandelt. Geen schijn van kans, was het antwoord van de procureur die aan de lijn kwam. Omdat de man toch een sterk dossier had, gaf de collega van CJD de raad om de aanvraag toch in te dienen. En wat bleek? De man kreeg toch de Belgische nationaliteit. En blijkbaar had een andere de procureur het dossier behandeld. Die zag geen bezwaren om de nationaliteit toe te kennen.  

De geboorteakte-blues

Het zal je maar overkomen: je wil Belg worden, maar de ambtenaar van dienst kijkt naar je geboorteakte, en aan de manier waarop hij kijkt, zie je al dat er iets mis is. Pijnlijke zaak, want zonder geboorteakte geen kandidaat-Belg. En tal van gemeentes hebben zo hun eigen wetten.

De wet voorlezen

Zowel voor een naturalisatie als voor een nationaliteitsverklaring is de geboorteakte een van de vereiste documenten. Als je in België geboren bent, is het een kleinigheid om daar even om te lopen naar het gemeentehuis van je geboorteplaats. Maar voor vele aanvragers is het een dure en tijdrovende onderneming om dit document te pakken te krijgen. Daarom voorziet de wet de mogelijkheid om een vervangend document in te dienen, zoals een akte van het consulaat in België.

Zo ook M.R.N., een Armeense vrouw uit Ukkel,. Maar tot haar verbazing volstond de akte die ze ophaalde bij de ambassade in Brussel niet. Althans niet voor de gemeentelijke diensten van Ukkel. De vrouw kreeg te horen dat de originele geboorteakte moest gaan halen in Armenië.

- “Weet u wel wat mij dat kost?”

- “Zo staat dat in de wet, mevrouw.”

In Ukkel hadden ze die dag veel fantasie, want dat staat nergens in de wet. Objectief nam contact op met de ambtenaar, las hem de wettekst voor waarna hij toegaf dat de vrouw haar aanvraag kon indienen.  

Te oud

In Jette hebben ze ook van die eigenzinnige interpretaties van de wet. A.S., een vrouw uit Kirgizië, doet een nationaliteitsverklaring in het gemeentehuis van Jette. Haar geboorteakte is in 2007 gehomologeerd in Moskou. Wat zegt de ambtenaar van dienst? “Sorry, te oud.” Geboorteaktes mogen in Jette maximum twee maanden oud zijn. Dat staat nergens in de wet, maar A.S. zit er uiteraard mee.

Als Objectief contact opneemt met de ambtenaar zegt die aan de telefoon: ‘ja maar, bij ons is dat zo’. Na enige discussie aanvaardde de ambtenaar uiteindelijk de geboorteakte.

De Rwandees M.D. had een gelijkaardige ervaring bij de gemeente Sint-Gillis. Nadat hij al eens eerder zijn naturalisatie had geweigerd gezien, diende hij vorig jaar een nationaliteitsverklaring in. Hij was zeven jaar in België, en had de nodige geboorteakte, die was in oktober 2002 gehomologeerd door het vredegerecht van Luik. Maar net als A.S. krijgt de Rwandese man te horen dat zijn geboorteakte te oud is. Ook hier komt Objectief tussen met goed gevolg. Meestal lukt het de betrokken ambtenaar te overtuigen. In het slechtste geval moeten we de procureur inschakelen.

Knelpunten

1.       de geboorteakte: een verstrengde interpretatie door sommige gemeentelijke ambtenaren van het begrip ‘onmogelijkheid’ en van de geldigheidsduur van deze akte.

2.       respect voor de adviestermijnen: de commissie Naturalisaties blijft een uiterst lange antwoordtijd hanteren van meer dan twee jaar.

Het snelle etiket schijnhuwelijk

"Uw aanvraag is geweigerd omwille van het vermoeden van misbruik van het huwelijk om het verblijf op het Belgische grondgebied te verkrijgen.” Als een kandidaat-Belg zijn aanvraag tot naturalisatie gekelderd ziet, is dat in vele gevallen met dit zinnetje. Maar is elk huwelijk dat na twee jaar strandt, of elk huwelijk tussen een Belg en een Afrikaan, een schijnhuwelijk?

Liefde in tijden van regularisatie

In mei 2008 stond de telefoon van het Objectief-secretariaat roodgloeiend en waren de permanenties overvol. Duizenden aanvragers van de naturalisatie hadden een brief van de commissie Naturalisaties in de bus gekregen met een weigering of een verdaging.

Ook de Ghanese A.E. kreeg een weigering in de bus. Reden: “vermoedens van misbruik van het huwelijk om het verblijf op het Belgische grondgebied te verkrijgen.” A.E. kwam als vluchteling naar België in 1988, maar haar asielaanvraag werd afgewezen in 1991. Ze bleef zonder papieren in ons land, maar kreeg in 2001 dankzij de regularisatiecampagne een onbeperkte verblijfsvergunning.

Het is dus niet op basis van haar huwelijk dat A.E. het verblijfsrecht verkreeg, maar door de regularisatie. Hoe komt het dan dat de commissie Naturalisaties dit als argument gebruikt? De vrouw vertelt ons dat ze een procedure van familiehereniging lopen heeft voor haar echtgenoot waarmee ze in 2003 in Ghana is getrouwd. Maar haar man krijgt nog altijd niet het recht naar hier te komen, omdat de Dienst Vreemdelingenzaken een schijnhuwelijk vermoedt. A.E. is tegen de weigering in beroep gegaan en die procedure loopt nog altijd. De vrouw is wanhopig, want als ze haar man wil zien moet ze een vliegtuigticket naar Ghana kopen. Een kostelijke grap.

We vragen ons af of de Dienst Vreemdelingenzaken aan de basis ligt van de weigering van de naturalisatie. Denkt Vreemdelingenzaken dat A.E. de Belgische nationaliteit aanvraagt om haar Ghanese man gemakkelijker naar België te krijgen? Voor Belgen is de familiehereniging immers een recht. Maar hoe dan ook is de argumentatie en de handelswijze van de commissie ongehoord. De aangehaalde reden van de weigering klopt niet met de verblijfssituatie van de vrouw, die geregeld is via regularisatie. We hebben de vrouw de raad gegeven te wachten tot juli 2008, want dan woont ze 7 jaar wettelijk in het land, en kan ze de nationaliteit aanvragen via de verklaring. Dit is een rechtsprocedure waar beroep voor een rechtbank mogelijk is.

Het kind van de rekening

De Algerijnse K.F. krijgt in die periode eenzelfde brief als A.E. in de bus.

Vijfentwintig jaar geleden trouwde K.F. in Marokko. Het werd een kort huwelijk, en na de scheiding trok haar ex-man naar België. K.F. bleef achter met een zoon. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en in 2000 hertrouwen K.F. en haar man, 17 jaar ouder en wijzer dan de eerste keer. Ze verhuist in het kader van gezinshereniging met haar inmiddels 17-jarige zoon naar België. En dan gaat het mis. De lieve zoon is een moeilijke puber geworden, en de hereniging met vaderlief loopt niet van een leien dakje. Na weken en maanden van ruzies en vechtpartijen wordt de zoon geplaatst. Maar het huwelijk van K.F. is voor een tweede keer naar de vaantjes, de problemen met hun zoon zijn er te veel aan geweest. Voldoende voor de commissie Naturalisaties om te beslissen dat het tweede huwelijk van K.F. een schijnhuwelijk was. De vrouw heeft haar verhaal naar de commissie gestuurd, met daarbij de medische attesten van de verwondingen door haar ex-man.

De aanhouder wint (soms)

K.M. verblijft sinds 1998 in België, is nooit met het gerecht in aanraking gekomen en heeft dus een blanco strafblad. Hij ziet dan ook geen enkele probleem als hij in 2002 de naturalisatie aanvraagt. Maar in januari 2004 komt de onthutste Tunesiër naar onze permanentie met een brief waarin de commissie Naturalisaties meedeelt dat zijn aanvraag geweigerd is “omwille van het vermoeden van misbruik van het huwelijk ten einde het verblijf of de vestiging in België te verkrijgen.”

Voor de commissie Naturalisaties geldt bij iemand die naar België gekomen is op basis van een huwelijk met een Belg(ische), een “vermoeden van schijnhuwelijk” als dat huwelijk niet langer dan twee à drie jaar stand hield. Uit ervaring weten we dat de commissie bij dergelijke weigeringen zelden op haar beslissing terugkomt. Toch raden we de mensen aan om hun argumenten in een brief uiteen te zetten, en binnen de dertig dagen op te sturen. Die raad had de ex-vrouw van K.M. niet nodig. Ze was zodanig geschokt dat ze de commissie spontaan zelf een brief schreef.

Zes maanden later valt het definitieve verdict: de weigering blijft behouden. De argumentatie van K.M. en de brief van zijn gewezen echtgenote hadden blijkbaar weinig zoden aan de dijk gebracht. Een beetje zoals we gevreesd hadden. Als het gaat over een vermoeden van schijnhuwelijk moet je al beschikken over attesten van huiselijk geweld of dergelijke om een kans te maken.

Voor K.M. rest er alleen nog de mogelijkheid te wachten tot hij zeven jaar wettelijk in België verblijft. Dan kan hij een verklaring afleggen bij de burgerlijke stand van zijn gemeente. Deze procedure is een rechtsprocedure, waarbij het parket zich alleen op basis van feiten kan verzetten, en niet op basis van vermoedens, zoals de commissie Naturalisaties. Mocht het parket zich toch verzetten, dan heeft hij de mogelijkheid om voor de rechtbank in beroep te gaan, gesteund door een advocaat. Bij de naturalisatie heb je alleen de mogelijkheid om een brief te schrijven.

Vijf maanden na zijn verklaring later blijkt dat K.M. effectief van die beroepsmogelijkheid zal moeten gebruik maken als hij ooit de Belgische nationaliteit wil verkrijgen. Het parket van Brussel is namelijk in beroep gegaan omwille van gewichtige persoonlijke feiten, meer bepaald… “dat tegen de aanvrager een dossier in onderzoek geopend is op basis van een vermoeden van schijnhuwelijk.” Dit hadden we nog nooit meegemaakt! Het parket kan uiteraard niet in beroep gaan omwille van ‘een vermoeden’, maar ze verpakt het nu in een lopend onderzoek. We moedigen de man aan om in beroep te gaan, wat hij ook doet.

Een jaar later haalt hij gelijk voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel die oordeelt dat het vermoeden van onschuld geldt zolang er geen veroordeling is. De rechtbank verwijst ook naar het strafdossier waaruit blijkt dat het openbaar ministerie nooit een verzoek heeft ingediend om het huwelijk te annuleren. Zo eindigt de lijdensweg van K.M. toch nog op een positieve noot. Het heeft hem wel veel tijd, energie en ook geld gekost.

De plotse ijver van het parket

Vroeger opende het parket een onderzoek naar schijnhuwelijk op basis van klachten van betrokkenen of van ambtenaren. Tegenwoordig kan een naturalisatieaanvraag de aanleiding zijn. Het parket verwijst daarvoor naar de recente wetswijziging die het aangaan van een schijnhuwelijk strafbaar maakt. “Als we naar aanleiding van een aanvraag van naturalisatie informatie doorkrijgen van de dienst Vreemdelingenzaken die het vermoeden van schijnhuwelijk aangeeft, dan kunnen we een onderzoek openen.” Meteen krijgt de commissie een negatief advies omdat er nog een onderzoek loopt tegen de aanvrager of aanvraagster en wordt het onmogelijk voor de kandidaat-Belg om de nationaliteit te verwerven. Een onderzoek naar een schijnhuwelijk heet tegenwoordig immers een strafonderzoek, want valt onder het strafrecht.

Toegegeven, het parket geeft blijk van creativiteit, maar maakt daarbij misbruik van de nieuwe strafwet om de weg naar de Belgische nationaliteit te versperren op basis van vermoedens.