Internationale studie pleit voor soepele naturalisatie

Allochtone werkers zijn het sterkst getroffen door de crisis. Versoepel daarom de toegang tot de naturalisatie en zorg voor een positieve houding tegenover migratie. Deze en ander aanbevelingen staan in het rapport ‘International Migration Outlook 2010’ van de OESO (*).

De economische crisis slaat toe

Het rapport de l’OESO bekeek de impact van de economische crisis op de tewerkstelling van migranten. Zij blijken daardoor sterker getroffen te zijn dan hun autochtone collega’s. Vooral jongeren van migranten origine delen in de klappen. De auteurs merken op: “Recessies houden het risico in dat immigranten getekend worden voor

het leven (“scarring effects”), aangezien de immigranten die er kort na hun aankomst niet in geslaagd zijn om werk te vinden op de arbeidsmarkt gestigmatiseerd kunnen worden.”

Maatregelen dringen zich op: “Taalhulp, opleiding, mentorregelingen en stages zijn belangrijke beleidsmaatregelen gebleken die in tijden van economische neergang moeten worden versterkt.”

Immigranten hebben meer te lijden onder de crisis omdat ze vaak oververtegenwoordigd zijn in conjunctuurgevoelige sectoren, vaker minder zekere contracten hebben en tijdelijke banen, minder anciënniteit hebben en het slachtoffer kunnen worden van selectieve ontslagen. Ze hebben ook minder of geen toegang tot de overheidssector.

Remedies

In het OESO-rapport lezen we twee belangrijke aanbeveling :

1. Correcte informatie over immigratie.

Het rapport geeft aan dat het publieke debat niet altijd gebaseerd is op correcte informatie over de migratiestromen en over de economische, sociale en culturele impact ervan. “De kennis van de bevolking kan worden vergroot door een objectieve en bredere berichtgeving over migratievraagstukken in de media.”

2. De toegang tot de nationaliteit van het gastland versoepelen.

Genaturaliseerde immigranten doen het over het algemeen beter op de arbeidsmarkt, stelt het rapport vast. Bovendien is hun inkomen gemiddeld hoger omdat ze toegang hebben tot beter betaalde jobs en in de openbare dienst kunnen werken. Daarom geven de auteurs als aanbeveling: “verlaag de barrières voor de verwerving van de nationaliteit van het gastland en immigranten die reeds in aanmerking komen voor naturalisatie, zouden moeten worden aangemoedigd om de nationaliteit van het gastland aan te nemen.”

(*)
De OESO groepeert de 30 rijkste landen van de wereld, waaronder België. Het publiceert jaarlijks een rapport over de evolutie van migratie en de effecten ervan op de economie van de lidstaten. (www.ocde.org)

Naturalisatie, noch soepel, noch snel

De cijfers van het aantal naturalisaties voor 2010 zijn bekend. Nieuwe naturalisaties komen er dit naar niet meer omdat de nieuwe commissie Naturalisaties nog niet is samengesteld.

De cijfers bevestigen de trend van de laatste jaren. Als aanvrager heb je één kans op drie om een positief antwoord te krijgen. Daar moet je dan drie jaar op wachten. En dat noemt men dan de snel-Belg-wet!

Uit onze ervaringen blijkt dat de meest negatieve beslissingen genomen worden op basis van willekeur, vermoedens, verkeersboetes die als ‘gewichtige feiten’ worden geïnterpreteerd, … Bovendien kunnen de aanvragers geen tegenargumenten aanbrengen en is er geen recht op beroep. De naturalisatie is immers een gunst.

Die willekeur hebben we kunnen vaststellen bij verschillende gevallen die een negatief antwoord kregen van de commissie Naturalisaties, en die na 7 jaar verblijf gebruik maakten van nationaliteitsverklaring (een rechtsprocedure) en via de rechtbank de Belgische nationaliteit verkregen.