Het hindernissenparcours begint in de gemeente

Het voorbije jaar steeg het aantal bezoekers dat bij de gemeentelijke administratie op een muur botst bij het aanvragen van de Belgische nationaliteit. En steeds meer ambtenaren wachten op een beslissing van het parket vooraleer de betrokkene zijn aanvraag mag indienen.

Onoplettend?

Een Marokkaanse dame uit Anderlecht had een bijzonder nare ervaring met de gemeente. Ze moest tot drie keer toe haar nationaliteitsverklaring  indienen.

Mevrouw L.F. wou de nationaliteit aanvragen op basis van haar huwelijk met een Belg. Het artikel van de nationaliteitswet hierover (art 16 §2) bestaat uit twee alinea’s. Ook al vervul je niet de voorwaarden van beide alinea’s, het is voldoende als je enkel die van alinea 1 vervult: “De vreemdeling die huwt met een Belg of wiens echtgenoot gedurende het huwelijk de Belgische nationaliteit verkrijgt kan, indien de echtgenoten gedurende ten minste drie jaar in België samen hebben verbleven en zolang zij in België samenleven, door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde (...) verklaring de staat van Belg verkrijgen.” En dit is precies de situatie van de vrouw.

Toen ze onze permanentie bezocht, had L.F. net een eerste weigering van haar nationaliteitsaanvraag ontvangen van het parket. De reden: de basisvoorwaarden zijn niet vervuld. Wat was er gebeurd? De gemeente had haar een nationaliteitsverklaring laten tekenen onder art. 16 §2.2, en dus niet volgens alinea 1. In dit geval was de weigering van het parket dus gefundeerd, aangezien ze inderdaad niet aan de voorwaarden van alinea 2, maar wel die van alinea 1 voldoet. Het had dus weinig zin om in beroep te gaan. Daarom stelden we haar voor om een nieuwe nationaliteitsverklaring af te leggen en deze keer volgens de juiste alinea. De ambtenaar van de burgerlijke stand had vast door onoplettendheid een foutje gemaakt ...

Mensen moeten maar lezen wat ze ondertekenen!

Om zeker te zijn dat die niet opnieuw dezelfde fout zou maken, gaven we een brief mee waarin we uitlegden dat L.F. een verklaring wenst af te leggen volgens alinea 1 van art. 16. Met deze brief trok L.F. voor de tweede keer naar haar gemeente
Zes maand later komt L.F. weer naar onze permanentie, en weer heeft ze een weigering omwille van de basisvoorwaarden die niet vervuld zijn. Wat blijkt? De ambtenaar van de burgerlijke stand had haar opnieuw een verklaring laten ondertekenen volgens de verkeerde alinea! Deze keer is het duidelijk dat het niet gaat om onoplettendheid, maar om onwil. We nemen contact op met de procureur, maar die zegt niet op de beslissing terug te kunnen komen en dat hij gewoon zijn advies geeft over hetgeen in de gemeente ondertekend is. Hij voegt er aan toe: “L.F. mag uiteraard een derde aanvraag indien. De mensen moeten maar lezen wat ze ondertekenen.”

Aangezien we doorhebben dat het weinig zin heeft om L.F. weer met een brief naar haar gemeente terug te sturen, gaan we uitzonderlijk met haar mee, opdat niet weer dezelfde ‘fout’ gemaakt zal worden. En dan kan L.F. plots wel de juiste verklaring ondertekenen, volgens de juiste alinea.

Te lang gehuwd

Ook de Marokkaanse B.F. uit Sint-Gillis is gehuwd met een Belg. Ze gaat naar de gemeente om de Belgische nationaliteit aan te vragen op basis van dit huwelijk. Maar de ambtenaar weigert omdat volgens haar de legalisaties op de huwelijksakte te oud zijn. Volgens het intern reglement van de gemeente mogen die niet ouder zijn dan zes maanden.

Na haar vakantie in Marokko stapt B.F. terug naar de gemeente met een nieuwe vertaling van de huwelijksakte met recente stempels erop. Maar ook deze akte weigert de ambtenaar te aanvaarden. In de vertaling van het Arabisch naar het Frans staat ‘akte van erkenning’ en niet ‘huwelijksakte’.

Met deze ervaring komt de vrouw naar onze permanentie. Ze ziet echt geen uitweg meer. Ze vermeldt ook dat de akte waarmee ze haar huwelijk aangegeven heeft in België, en op basis waarvan de familiehereniging goedgekeurd is, ook de vermelding ‘akte van erkenning’ droeg. Waarom geldt het document wel voor de familiehereniging en niet voor de nationaliteitsverwerving?

Nieuw argument

We nemen contact op met de ambtenaar, maar die blijft bij haar weigering. Dan maar naar het parket en op basis van onze uitleg ziet die geen probleem om de aanvraag in te dienen. Maar deze informatie volstaat niet voor de ambtenaar. Ze zal zelf contact opnemen met het parket, de huwelijksakte en de vertaling doorfaxen en het parket moet dan maar over de geldigheid oordelen.

Enkele dagen later belt de ambtenaar naar B.F. met de boodschap dat het parket de akte aanvaardt. Maar op de gemeente wachten de vrouw nog twee verrassingen. De ambtenaar heeft een nieuw argument om de akte te weigeren: hij dateert van 2002 (het jaar van het huwelijk) en is dus te oud. Bovendien telt ze de verblijfsduur maar vanaf het moment dat B.F. een onbeperkt verblijfsdocument heeft ontvangen en daarom kan ze pas in december 2006 een aanvraag indienen.

Dit laatste argument is volkomen in strijd met de wettelijke bepalingen. Bovendien blijkt uit een telefonisch contact met de Procureur des Konings dat die wel degelijk groen licht gegeven heeft aan de verantwoordelijk van de burgerlijke stand om de huwelijksakte te aanvaarden.

Als we die boodschap aan de ambtenaar willen doorgeven, weigert die nog aan de telefoon te komen. We kunnen dus niet anders dan persoonlijk de vrouw te vergezellen naar de gemeente.

Knelpunten

In de praktijk ondervinden we zowel bij de naturalisatie als bij de nationaliteitsverklaring ernstige problemen op volgende punten:

1.       de geboorteakte: een verstrengde interpretatie van het begrip ‘onmogelijkheid’ en ook de geldigheidsduur van deze akte is beperkter geworden.

2.       respect voor de adviestermijnen: de wettelijk vastgelegde adviestermijn voor het parket en de andere diensten wordt omzeggens nooit gerespecteerd. Hopelijk komt daarin verandering na de recente wetswijziging die de termijn strikt op vier maanden vastlegt.

3.       verblijfsduur: welk verblijfsdocument komt in aanmerking om de verblijfsduur te bewijzen? We merken een restrictievere interpretatie verschillend van parket tot parket en ook binnen de commissie Naturalisaties. Een omzendbrief van minister van Justitie Onkelinx moet daar snel duidelijkheid in brengen.

4.       ernstige persoonlijke feiten’: de term wordt heel vaak een containerbegrip dat steeds meer redenen voor weigering bevat.

5.       de adviezen van de Staatsveiligheid blijken geregeld weinig of geen feiten te bevatten.

6.       de weigeringsgrond ‘gebrek aan integratie’ die uit de wet geschrapt was, duikt meer en meer terug op in de argumentatie om de nationaliteit te weigeren.

Bij de naturalisatieprocedure zien we bovendien een enorme toename van het aantal weigeringen op basis van een vermoeden van schijnhuwelijk.

Geblokkeerd

De gemeentelijke ambtenaar vormt de toegangspoort om een aanvraag van de Belgische nationaliteit te kunnen indienen. Een aanvraag tot naturalisatie kan je nog rechtstreeks naar de Kamer opsturen, maar voor alle andere procedures moet je langs de gemeente passeren. Als de ambtenaar weigert je aanvraag in ontvangst te nemen, dan kan je niet eens de vraag stellen. Je zit dan goed en wel geblokkeerd.

Stad Halle stuurt Boliviaanse op wereldreis

Een 62-jarige gehandicapte vrouw legt duizenden kilometers af en geeft een fortuin uit aan reiskosten voor haar aanvraag van de Belgische nationaliteit. Alleen omdat een ambtenaar van de gemeente Halle dwarsligt. Uiteindelijk moet de procureur des Konings van Brussel tussenkomen - op vraag van Objectief – vooraleer de man de aanvraag aanvaardt. Kafka op zijn best!

Rolstoel

De 62-jarige F.R. wil net als haar echtgenoot en haar kinderen de Belgische nationaliteit verwerven. Een geboorteakte ophalen in Bolivië is niet vanzelfsprekend omdat de vrouw gehandicapt is. Daarom gaat ze met een geboortebewijs van het Boliviaanse consulaat naar de gemeente Halle om haar aanvraag te doen. Maar de ambtenaar is onvermurwbaar en weigert het vervangend document. Hij moet een originele geboorteakte zien.

Ten einde raad spreekt F.R. haar spaarcenten aan voor het ophalen van de geboorteakte. Ze boekt een reis naar "La Paz" voor zo’n 1.300 euro. Via Frankfurt, Madrid en Sao Paolo en Santa Cruz belandt ze in de Boliviaanse hoofdstad. Dat grotendeels in een rolstoel.

Na een kleine twee weken heeft ze de geboorteakte te pakken. Om geldig te zijn moet de Belgische ambassade die nog legaliseren. Die ambassade bevindt zich in Santa Cruz, zo’n duizend kilometer van de hoofdstad. Voor zo’n 600 euro vliegt F.R. over en weer voor de legalisatie. Gelukkig heeft de ambassade ook een vertaaldienst, zodat haar geboorteakte meteen naar het Nederlands vertaald wordt. Dat spaart kosten en moeite in België, dacht de vrouw.

Dwarsligger

F.R. gaat dus met een gerust gemoed naar de burgerlijke stand van Halle voor de tweede poging van een nationaliteitsverklaring. Maar dat is zonder de hardnekkigheid van de ambtenaar gerekend. Die vindt de vertaling van de Belgische ambassade in Bolivië maar niks en eist een vertaling van een beëdigd vertaler in België. Die eis is in strijd met de wettelijke voorschriften en na heel wat discussie neemt hij dan toch de originele geboorteakte van F.R. in ontvangst. Maar onze muggenzifter ziet toch nog een kans om de Boliviaanse vrouw wandelen te sturen: één stempel van de wettiging van het document is niet vertaald. Dat moet ze tegen betaling bij een beëdigd vertaler laten doen.
Ten einde raad doet F.R. een beroep op Objectief.

Omdat de ambtenaar blijkt geeft van een ongekende hardnekkigheid besluiten we om rechtstreeks contact op te nemen met de procureur des Konings van Brussel. We doen hem het verhaal en faxen kopies van de geboorteakte door. Een tijdje daarna laat de procureur weten dat hij contact heeft opgenomen met de burgerlijke stand van Halle met de boodschap dat ze de geboorteakte van F.R. met de vertaling van de ambassade moeten aanvaarden. We mogen F.R. verwittigen dat ze zonder problemen haar nationaliteitsverklaring zal kunnen afleggen.

Zo loopt de wereldreis van de Boliviaanse vrouw nog goed af. Al vragen we ons toch af waarvoor dit allemaal nodig is. Bovendien is het ongehoord dat een gemeentelijke ambtenaar in staat is de toegang tot de procedure te beletten op basis van eigen goeddunken.

Politieke activiteiten als basis voor weigering

Een kleine zes maand nadat de 41-jarige Nepalees S. eind 2005 een nationaliteitsverklaring aflegde, krijgt hij van het Antwerpse parket de melding dat hij de Belgische nationaliteit niet krijgt. De man blijkt – althans volgens het parket - een gevaarlijke politieke activist te zijn met ‘een gebrek aan verantwoordelijkheidszin’ en met ‘een geringe gewetensfunctie’.

Staatsveiligheid waakt

S. is zijn geboorteland ontvlucht omwille van politieke vervolging en omdat zijn leven in gevaar was. De Belgische staat heeft die argumenten aanvaard en de man erkend als politieke vluchteling. S kan dan ook niet begrijpen dat een staat die zich democratisch noemt politieke activiteiten sanctioneert.

Volgens de Veiligheid van de Staat is S. “voormalig voorzitter van een maoïstische groep die strijders uit Nepal wil groeperen en contacten onderhoudt met verantwoordelijken van de ‘Partij van de Arbeid’ in België.” Verder weet de Staatsveiligheid te melden dat de man betrokken was bij een actie aan de Nepalese ambassade in Brussel in 2000.

Nu is de procedure van de nationaliteitsverklaring een rechtsprocedure. S. kan dus in beroep gaan tegen de weigering voor de rechtbank van eerste aanleg, wat hij ook gedaan heeft.

Het Antwerpse parket beseft maar al te goed dat politieke activiteiten alleen, geen voldoende reden zijn om de nationaliteit te weigeren. Het feit dat een politiek vluchteling vreedzame  politieke activiteiten ontwikkelt is logisch en volkomen gewettigd binnen ons democratisch bestel. Bovendien maakt de oppositie na langdurig en massaal volksprotest ondertussen deel uit van de huidige Nepalese regering. En contacten met de PvdA kan het parket ook al moeilijk aandragen als ‘gewichtige feiten’ om de nationaliteit te weigeren.

Geen respect

Het hoofdargument van het Antwerpse parket is dan ook ‘een gebrek aan verantwoordelijkheidszin’ en ze schuift dit als een voldoende ‘gewichtig feit’ naar voor om de nationaliteit te weigeren:

“Overwegende dat de voorgaanden van betrokkene duiden op een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidszin en een geringe gewetensfunctie waarbij het eigenbelang centraal staat en het betrokkene ontbreekt aan respect voor de integriteit en eigendomsrechten van derden; Dat betrokkene zodoende geen rekening houdt met onze wetten en regels en zich aldus onttrekt aan de door de overheid democratisch opgelegde maatschappelijke verplichtingen.”

Verder in de argumentatie heeft het parket het over “aangetoonde stelselmatig negeren van de Belgische wetten en leefregels en het verwerpen van elk gezag van justitiële autoriteiten en/of hun beslissingen”.

Nochtans heeft S. nog geen enkele veroordeling opgelopen. Ziet het Antwerpse parket zijn politieke activiteiten als “het stelselmatig negeren van de Belgische wetten en leefregels”? Dat zou bijzonder grof en vooral ondemocratisch zijn.

S. was zodanig geschokt door de argumentatie van het parket dat hij een advocaat onder de arm nam en beroep aantekende. Het kost de man al € 52 griffierechten en het ereloon van de advocaat. Als politiek vluchteling had hij zich onze democratie wel anders voorgesteld.