Het Brussels parket heeft een missie

 
In Brussel botsen steeds meer indieners van een nationaliteitsverklaring op een weigering van het parket omwille van korte onderbrekingen bij de verblijfsdocumenten. Als je al een aanvraag kan doen! Want sommige gemeenten weigeren gewoon je aanvraag in ontvangst te nemen.
 
Attesten goed bijhouden
Een Somalische vrouw krijgt in 2009 het recht om voor onbeperkte duur in ons land te verblijven. Daarvoor had ze, sinds 2000, een verblijfsvergunning die ze jaarlijks moest vernieuwen. Ze vraagt dus een elektronische verblijfskaart B aan. Als dat in orde is, dient ze een nationaliteitsverklaring in. Ze verblijft immers meer dan 7 jaar wettelijk in het land.
Toch krijgt ze drie maand later het bericht van het parket van Brussel die haar aanvraag weigert omdat er een onderbreking in de verblijfsdocumenten is tussen 29 juli en 14 augustus 2009. Het is de periode van de aanvraag van haar elektronische verblijfskaart. Gelukkig heeft de vrouw het attest van de gemeente voor haar aanvraag goed bewaard. Daarom raden we de vrouw aan niet in beroep te gaan, maar een nieuwe aanvraag te doen met een kopie van het attest erbij.
Vier maand later blijkt dat het parket van Brussel voet bij stuk houdt en haar de nationaliteit blijft weigeren. Ze heeft geen andere keuze van beroep aan te tekenen bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel.
 
Hardnekkig, maar zonder wettelijk basis
Aanvragers die geweigerd worden omwille van kleine onderbrekingen in de verblijfsdocumenten halen doorgaans gelijk bij de rechtbank. Dat is ook logisch, want de wet spreekt duidelijk over “zeven jaar hoofdverblijfplaats in België gedekt door een wettelijk verblijf”. Onderbrekingen in de verblijfsdocumenten heffen dat wettelijk verblijf niet op.
Je haalt dus wel gelijk voor de rechtbank, maar daar moet je dan minstens twee jaar op wachten. Bovendien heb je nog de griffiekosten en het honorarium van je advocaat.
Kan het parket van Brussel deze praktijk zo maar verder zetten? Volgens een uitspraak van de rechtbank van Luik niet. In een vonnis van 26 juni 2009 oordeelt die dat het parket niet kan blijven een negatief advies geven als over die problematiek een rechtbank (het hof van beroep in dit geval) al een vonnis geveld heeft. Ze veroordeelde de Belgische staat dan ook tot een rechtsplegingsvergoeding, zoals de advocaat van de betrokkene gevraagd had. Een precedent dat misschien navolging krijgt.
 
Ambtenaar gaat zijn boekje te buiten
We krijgen ook steeds meer klachten over ambtenaren van sommige Brusselse gemeenten die nationaliteitsverklaringen weigeren omdat die volgens hen niet aan de voorwaarden voldoen. Soms zorgt de geboorteakte voor problemen als de ambtenaar oordeelt dat die te oud is of niet de nodige wettigingen bevat. Dikwijls weigeren ze vervangende documenten van de ambassade.
Nochtans is de wet en de ministeriële omzendbrief heel duidelijk: de ambtenaar neemt de aanvraag in ontvangst en het is het parket dat oordeelt over de geldigheid ervan. Als we hen daarop wijzen, krijgen we steevast het antwoord dat het parket van Brussel het zo wil.
Een vraag aan het parket van Brussel om hierin duidelijkheid te brengen, leverde niks op. De betrokken ambtenaren kunnen verder hun boekje te buiten gaan.