Dinsdag 11 januari - Aandachtige toeschouwers

Vandaag start de commissie Justitie de bespreking van de verschillende voorstellen van wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. Met een tiental vrijwilligers van Objectief en van MRAX nemen we plaats in de publiekstribune.

De parlementsleden zijn blijkbaar niet gewoon dat pottenkijkers hun debatten bijwonen. Sommigen kijken geregeld naar het balkon om te zien of we er nog zitten. Voelen ze zich niet op hun gemak in het gezelschap van vrijwilligers van het werkveld? We zijn wel de enige betrokkene bij de uitvoering van de wet die geen vraag kreeg om een advies te formuleren.

Zoé Genot (Ecolo) stelt voor dat organisaties toch nog hun advies kunnen insturen. Na wat aandringen, mompelt voorzitster Sarah Smeyers (N-VA) dat ze er geen bezwaar tegen heeft.

’s Anderdaags kruipen we in onze pen en enkele dagen later ontvangt de voorzitster ons advies (zie ook …)

Heel wat banken van parlementsleden blijven leeg. De commissie Naturalisaties probeert immers op hetzelfde moment een consensus te bereiken over nieuwe, strengere criteria voor de naturalisatie. Maar commissievoorzitter Smeyers wil van geen uitstel van de vergadering weten en start het debat over de invulling van het vereiste wettelijk verblijf. Een arrest van het Hof van Cassatie is nochtans duidelijk: een tijdelijk verblijf kan ook gelden als wettelijk verblijf. Open Vld, N-VA en MR willen daar verandering in brengen en alleen het onbeperkt verblijf laten gelden. Voor heel wat aanvragers komt het erop neer dat ze nog enkele jaren langer moeten wachten om de nationaliteit aan te vragen. Waarom eigenlijk? Om gedurende een paar jaren het aantal Belgwordingen te doen dalen? Om aanvragers te ambeteren, te ontmoedigen?

Na woord en wederwoord ziet het er naar uit dat er een consensus groeit rond de omschrijving van het Hof van Cassatie, maar zeker is dat niet. Want niemand formuleert een besluit. Vreemde manier van werken, is dat, een debat voeren zonder besluit op het einde. In 2000 heb ik ook de debatten in de commissie gevolgd, het verschil is groot.

Dan volgt de eis van taalkennis en integratie. Voor N-VA, Open Vld en MR kan je de Belgische nationaliteit maar krijgen als bekroning van een langdurig integratieproces, als kers op de taart. Pas als je witter dan wit bent, kom je in aanmerking.

In eerste instantie gaat het over de kennis van de taal. Kennis van één van de landstalen of van de taal van de regio waar je woont? Voor Nahima Lanjri (CD&V) volstaat het aan te tonen dat je inspanningen doet om de taal te leren met alle rechtsmiddelen. Ik twijfel zeker niet aan haar goede bedoelingen, maar wie, zoals wij, met beide voeten in de praktijk staat, weet dat het bij de uitvoering anders loopt. Uiteindelijk zal de wijkagent een cruciale rol spelen.

De vrijwilligers vonden het interessant om zo’n debat eens van dichtbij te volgen. Hun indruk: “Men spreekt veel over integratie maar eigenlijk wil men vooral meer mensen uitsluiten.”