Dinsdag 1 februari - Studie doet stof opwaaien

Vandaag zorgt een studie van de Antwerpse universiteit voor een geanimeerd debat. Krantenkoppen als “Belg worden zet migranten aan het werk“ trokken de aandacht van de commissieleden. Voor Rachid Madran (PS) is het duidelijk dat de nationaliteit bijdraagt tot sociale integratie en meer bepaald op het vlak van de tewerkstelling. Hij roept de commissieleden op om die realiteit te erkennen.
 
Op Theo Francken (N-VA) maakt de studie weinig indruk. Voor hem is het niet bewezen dat immigranten sneller werk vinden als ze de Belgische nationaliteit hebben. Deze ‘wetenschapper’ kijkt rond in zijn gemeente en ziet vrouwen van Turkse afkomst die de Belgische nationaliteit hebben en nog altijd werkloos zijn. Het niveau van het debat stijgt: na de Antwerpse Congolees krijgen we nu de Turkse vrouwen uit Lubbeek geserveerd.
 
Voor Rachid Madran is het duidelijk dat de N-VA de nationaliteit willen voorbehouden aan een kleinere groep, als ‘de kers op de taart’. Tiens, dat komt me bekend voor. Het doet deugd te merken dat sommige commissieleden het advies van Objectief goed gelezen hebben. Rachid Madran voegt daar nog een mooi beeld aan toe: dat van de hond die achter zijn eigen staart loopt. Je kan toch niet de toegang tot de nationaliteit beperken en daarna aanklagen dat immigranten te veel werkloos zijn! Hij besluit met een duidelijk standpunt: de PS is bereid het misbruik van de nationaliteit weg te werken maar aanvaardt geen sociale selectie, geen uitsluiting.
 
Tot mijn verwondering krijgt Theo Francken bijval van Nahima Lanjri (CD&V). Zij nuanceert de resultaten van de studie met de opmerking dat ook de taalkennis en de opleiding meespelen in het vinden van werk. Dat zal wel, maar dat maakt de rol van de nationaliteit niet minder belangrijk.
Karin Temmerman (sp.a) ziet geen reden om de studie van de UA in vraag te stellen. Voor haar is het duidelijk dat de nationaliteit een element is voor tewerkstelling, alleen al in de openbare dienst.
 
Christian Brotcorne (cdH), verslaggever van deze commissie, stelt zich vragen bij de werkmethode. Waar gaan we naartoe, is zijn vraag. Ook voorzitter Sarah Smeyers ziet niet meteen een vergelijk in het vooruitzicht. Daarop stelt Rachid Madran voor om te trachten tot een vergelijk te komen in een werkgroep met één vertegenwoordiger per partij, bijgestaan door hun medewerkers. Carina Van Cauter (Open Vld) is meteen akkoord en stelt voor om twee dagen later al samen te komen. Sarah Smeyers is geen voorstander, maar N-VA wenst wel uitgenodigd te worden.
 
Dan volgt een discussie over het voorstel van Open Vld om de procedure van de optie (voor jongeren) af te schaffen. De Vlaamse vereniging van ambtenaren pleit in haar advies voor een vermindering van het aantal procedures en daarom voor het schrappen van de procedure van de optie omdat deze manier maar weinig gebruikt wordt.
 
Kennen de commissieleden wel wat de optie inhoudt? Weten ze over welke jongeren het gaat? Het antwoord blijkt neen te zijn.
Nahima Lanjri wil in ieder geval zeker zijn dat er geen jongeren uitgesloten worden. Voor haar mogen jongeren die in België geboren zijn, er hun diploma haalden of goed geïntegreerd zijn geen extra hindernissen ondervinden.
Mooi zo! En wat met de anderen?
Ik krijg ineens een heel ongemakkelijk gevoel en maak me zorgen. Vooral over de punten waarover de commissieleden niet spraken. Bijvoorbeeld over het voorstel om de nationaliteitsverklaring pas toe te laten na 10 jaar verblijf. Niemand komt tussen om aan te geven dat dit een ongeoorloofd lange termijn is. Voor vele immigranten komt de Belgische nationaliteit dan hopeloos te laat. Zal men dit dan in de besloten werkgroep bespreken? Ik ben er echt niet gerust in en hoop snel het signaal te krijgen dat ik me vergis.