Belg worden zet immigrant aan het werk

Immigranten die Belg worden, raken meer aan het werk dan wie niet over de Belgische nationaliteit beschikt. En ze hebben een grotere kans op stabiel werk. Dat blijkt uit een recente studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen. En het is niet de enige interessante vaststelling.
 
Op het vlak van de tewerkstelling van migranten bengelt België achteraan het Europese peloton. Amper 43 procent van de niet-westerse immigranten werkt. De studie van de UA onderzocht of het verwerven van de Belgische nationaliteit een positieve invloed heeft op de tewerkstellingsgraad. Het effect is onmiskenbaar.

                                Tewerkstellingsgraad

 
Belg
niet-Belg
Verschil
(procentpunten)
Noord-Afrika
46%
35%
11
sub-Sahara-Afrika
66%
51%
15
Zuid-Amerika
66%
54%
12
Azië
64%
48%
16
 
 
 
 
Totaal niet-Westen  
55%
43%
12
 
Belgische nationaliteit doorslaggevend voor stabiel werk
De studie onderzocht niet alleen de relatie tussen tewerkstelling en het al dan niet Belg zijn, maar nam een reeks parameters in rekening zoals geslacht, leeftijd, gehuwd/niet gehuwd, de scholingsgraad, de verblijfsduur en de herkomst.
De invloed van al deze parameters blijkt minimaal in vergelijk met het al dan niet beschikken over de Belgische nationaliteit. Er is wel een regionaal verschil, want immigranten scoren in Vlaanderen 7 tot 8 procent hoger dan in Brussel en Wallonië.
Verder blijkt dat niet-westerse immigranten met de Belgische nationaliteit meer kans maken op stabiel werk. Het verschil met de niet-Belgen blijkt 4 procent te zijn en de studie stelt vast de andere parameters hierbij geen rol van betekenis spelen. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier over mensen met een vast verblijf in ons land.
De onderzoekers merken wel op dat Brussel met een groot probleem zit omwille van een hoge concentratie niet-westerse immigranten met een zwak sociaal-economisch profiel en dat in een omgeving met weinig perspectieven voor laaggeschoolden. Het verwerven van de Belgische nationaliteit blijkt voor deze groep weinig effect te hebben.
 
Sociale achteruitgang
De bevindingen van het Centrum voor Sociaal Beleid van de UA liggen in de lijn van het International Migration Outlook van 2010 van de OESO. Dit rapport stelde al vast dat “genaturaliseerde immigranten het doorgaans beter doen op de arbeidsmarkt, vooral dan migranten uit landen met lagere inkomens en vrouwelijke immigranten.”
Nu zijn in de meeste andere landen van de OESO de voorwaarden voor de nationaliteitsverwerving (heel wat) strenger dan in België. Uit diverse internationale studies blijkt dat naturalisatie- en taaltests aanleiding geven tot een sociale selectie.
Het verstrengen van de voorwaarden voor de Belgische nationaliteit zoals het nu voorligt in de kamer zal dus een sociaal-economisch zwakkere groep de voornaamste hefboom uit handen nemen om zijn positie op de arbeidsmarkt te versterken. De kansen op (stabiele) werkgelegenheid dalen met een kwart (gemiddeld 43 % i.p.v. 55 %).
 
Wie zwak staat op de arbeidsmarkt wil sneller Belg worden
De studie onderzocht ook de relatie tussen een aantal factoren en de verwerving van de Belgische nationaliteit. De verblijfstermijn blijkt daarbij de overwegende factor te zijn. Na 15 jaar verblijf heeft ongeveer de helft van de niet-westerse migranten de Belgische nationaliteit. Het opleidingsniveau heeft daar weinig of geen invloed op, behalve bij mensen uit sub-Sahara Afrika. Toch blijkt ook hier de positie op de arbeidsmarkt een rol te spelen. Groepen die het zwakst staan op de arbeidsmarkt zijn sneller geneigd om de nationaliteit aan te vragen. Dat is duidelijk het geval bij Afrikaanse immigranten.
 
(grafiek van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen)
 
In het huidige politieke debat over de nationaliteitsverwerving staan twee visies tegenover elkaar. De ene ziet het als een instrument in het proces van sociaal-economische integratie, terwijl voor de andere het verwerven van de Belgische nationaliteit de bekroning is van het integratieproces, de kers op de taart. De huidige Belgische wetgeving gaat uit van de eerste benadering en de studie van de UA maakt duidelijk dat dit zeker op het vlak van tewerkstelling terecht is.