530.000 ‘nieuwe Belgen’! Wie biedt meer?

 
Geregeld lees je in de pers cijfers over de nationaliteitsverwerving. Ze zijn meestal afkomstig van politieke partijen die de wet willen verstrengen en dienen vooral om de publieke opinie warm te maken voor hun voorstellen. Stemmingsmakerij, zoals blijkt uit onderstaande analyse.
 
Cijferdans
De cijfers die in de media kwamen tijdens en na het Pinksterweekend, waren afkomstig van een interne nota van CD&V-kamerfractieleider Servais Verherstraeten. Hij gebruikt de cijfers van het Rijksregister en start niet toevallig de optelling in 2000. Twee bemerkingen daarbij.
De nota vertrekt van de cijfers van het Rijksregister en niet van de officiële statistieken van de ADSEI (FOD Economie), het vroegere Nationaal Instituut voor Statistiek (NIS). Die laatste cijfers liggen merkelijk lager en wel om twee redenen. Ten eerste noteert het Rijksregister ook de kinderen die bij de geboorte automatisch de Belgische nationaliteit krijgen omdat één van de ouders Belg werd. Het gaat hier de laatste jaren over 7 tot 8.000 borelingen per jaar. Dit zijn geen wijzigingen van nationaliteit en daarom staan ze ook niet in de officiële statistieken. Bovendien haalt het ADSEI de dubbels en de fouten uit de statistieken. Voor 2009 levert dat samen een verschil op van 8.001. Voor de periode van 2000 tot 2010 komt de ADSEI aan 445.000 nationaliteitswijzigingen en niet de bijna 530.000 die de CD&V-nota naar voor schuift.
Tweede bemerking: de nota start de optelling in 2000 en wil daarmee aantonen dat de ‘snel-Belg-wet’ voor een catastrofale toename van het aantal nieuwe Belgen heeft gezorgd. De wet ging midden 2000 in voege en had dus omwille van de duur van de procedures een uiterst beperkte invloed op het aantal nationaliteitswijzigingen in dat jaar. Als de CD&V correct het effect van de wet wil meten, zal ze uitkomen op zo’n 383.000 nationaliteitswijzigingen in 10 jaar tijd, of een gemiddelde van 38.000 per jaar. Dat is ongeveer 20 % hoger dan de periode ervoor. Dat terwijl het aantal vreemdelingen in ons land sterker is toegenomen.
            
                                       
 
Meer dan 7 jaar
In zijn nota geeft Verherstraeten voor 2009 de cijfers van de voornaamste procedures, maar hij trekt er niet de voor de hand liggende conclusies uit. Zo zie je dat 39 % van de ‘nieuwe Belgen’ hun aanvraag deden via de nationaliteitsverklaring (zie kader) en dus meer dan 7 jaar in België verblijven. Het feit dat hun minderjarige kinderen meteen ook de Belgische nationaliteit krijgen, is op zijn beurt goed voor 23 % van de wijzigingen. Samen maakt dat 62 %. Het gaat dus in bijna twee derden van de nationaliteitswijzigingen over mensen die langdurig in ons land verblijven, en hun minderjarige kinderen.
De voorgestelde wetswijziging zal juist binnen die groep de mensen uitsluiten die sociaal zwakker staan door verstrenging van de voorwaarden, zoals de integratietest. Dat blijkt immers uit een veelheid aan internationale studies.
 
 
 
 
Stemmingsmakerij
Het persbericht van Belga (overgenomen in De Morgen) begint met de zin: “Ons land heeft in de periode 2000-2010 bijna 530.000 ‘nieuwe Belgen’ opgenomen.” De tekst heeft het duidelijk over ‘opgenomen’ en de lezer kan hier alleen uit besluiten dat het ook over nieuwe immigratie gaat.
In zijn nota zet CD&V-er Verherstraeten nog een mooier staaltje van deze demagogie: “Geteld sinds 1998 liet ons land bijna 600.000 nieuwe Belgen toe. ‘Het gaat dus om een groep die groter is dan de bevolking van de stad Antwerpen’, luidt het in de CD&V-nota.” (GvA 12 juni 2011).
Je zou van minder de indruk krijgen dat ons land overspoeld wordt.
Nochtans moet je wettelijk in het land verblijven vooraleer je de nationaliteit kan aanvragen. Bovendien hebben we zonet aangetoond dat een groot deel ervan al meer dan 7 jaar in België woont. Door deze mensen niet de kans te geven om de Belgische nationaliteit te verwerven, zullen ze niet uit ons land verdwijnen! Wel ontneem je hen de kans tot sociale vooruitgang binnen onze samenleving.